Symfonie nr.6 in f op.68

beethoven

 Lees en luister

Door de hele muziekgeschiedenis heen zijn componisten altijd gefascineerd geweest door de natuur en hebben getracht de natuur met muzikale middelen te portretteren of te imiteren . Georg Friedrich Händel deed dit b.v. in Israël in Egypt, waar de plagen, die de Egyptenaren teisterden, muzikaal onder woorden gebracht werden. Ook Franz Joseph Haydn gaf natuurschilderingenin zijn oratoria, Die Jahreszeiten en Die Schöpfung. Antonio Vivaldi belichtte in De vier jaargetijden, al alle facetten van de natuur en ook Schubert deed heel wat natuur in zijn werken zoals in Die Forelle. Zelfs Gioachino Rossini maakte wel eens gebruik van de natuur, zoals in de laatste acte van De barbier van Sevilla, een stormintermezzo.

Galopperende paarden, ruisende bladeren, sleebellen vogelgezang, regen, sneeuw, storm, onweer, dartelende dieren, dit alles was koren op de molen van een componist. Het beste voorbeeld van zo´n natuurgebonden werk ontstond in de 19e eeuw: de 6e Symfonie (Patorale). De componist gaf de 5 delen de volgende omschrijving mee: Erwachen heiterer Empfindungen bei der Ankunft auf dem Lande; Szene am Bach; Lustiges Zusammensein der Landleute; Gewitter, Sturm; Hirtengesang; Frohe und dankbare Gefühle nach dem Sturm.

Toch was Beethoven niet helemaal origineel; toen in 1796 zijn eerste 3 pianosonates  gepubliceerd werden, stond op het omslag een advertentie voor een symfonie, geschreven door de onbeduidende componist Justin Heinrich Knecht. Deze symfonie, die toen al tien jaar oud was, droeg als ondertitel: ´Een muzikaal portret der natuur´. Het is niet onmogelijk dat Beethoven zich de suggestieve omschrijving van dit werk bleef herinneren, want de omschrijving van de delen van de `Pastorale`zijn een verkorte versie van de ellelange volzinnen waarvan Knecht zich had bediend. Op het handschrift van de 6e symfonie vermeldde Beethoven: ´Meer een uitdrukking van gevoel dan een schildering´. En bij zijn schetsen had hij gekrabbeld: ´Men laat het aan de toehoorders over de situatie te ontdekken… Elke schildering, die in de instrumentale muziek te ver wordt doorgevoerd schiet haar doel voorbij…Wie ook maar een klein idee heeft wat het landleven voorstelt, kan zich zonder allerlei opschriften een idee vormen van wat de componist bedoelt.´

Beethoven werd door de natuur aangetrokken toen hij in Wenen woonde; hij vond het heerlijk tijdens lange wandelingen in de omgevingen van Wenen te componeren. Zijn gevoel voor de mystiek van bos en veld neigde naar een bijna bovenaardse verering. Zo riep hij eens uit: `Ik houd meer van bomen dan van mensen`,  een andere keer riep hij: ´De bomen in het bos aanbidden God`.  Wanneer deze uitspraken verwezenlijkt werden in de 6e symfonie, waren zij zeker meer een uitdrukking van liefde dan van ontzag. Op het platteland bij Wenen, kon Beethoven herders zien en genieten van hun fluitspel, als hij al niet doof geweest zou zijn. In het Heiligenstadttestament schreef hij al over zijn wanhoop dienaangaande.

De 6e symfonie werd in betrekkelijk korte tijd, tussen de zomer van 1807 en het daaropvolgende jaar geschreven. De definitieve versie ontstond ongeveer in juni 1808 te Heiligenstadt, even buiten Wenen. Het is verwonderlijk dat een dergelijk werk kon ontstaan in een tijd waarin de grote spanningen en problemen waarmee Beethoven worstelde, in tegenstelling lijken te staan met de lieflijkheid en het geluk, die in het 6e symfonie ten toon worden gespreid.

 De 6e symfonie (eigenlijk de 5e in volgorde) werd voor het eerst op 22 december 1808, als onderdeel van een marathon-programma, uitgevoerd. Dit marathon-programma omvatte: de Aria `A Perfido!´, het Vierde pianoconcert op.58, de Vijfde symfonie (bedoeld werd de 6e), de Koor-fantasie op.80, en het Gloria en Sanctus uit de Mis in C op. 86, uiteraard nog aangevuld met de Vijfde symfonie (aangekondigd als de 6e). Beethoven zelf speelde de pianopartijen in het vierde pianoconcert en de koor-fantasie.

De symfonie is opgebouwd uit vier delen, maar Beethoven  heeft er een extra deel ingebracht (na het derde) dat zonder onderbreking het derde met het vierde verbindt. Het eerste deel draagt als titel `Ankunft auf dem lande`(aangename gevoelens die bij de aankomst op het platteland in de mens ontwaken), allegro ma non troppo (niet te snel) Bij aandachtig beluisteren van het ritmische motief in de eerste maten zult u merken dat verderop ditzelfde thema regelmatig wordt herhaal, echter steeds anders verwerkt.

In het tweede deel ´Szeneam Bach´(Scene of tafereel bij het beekje), andante molto mosso (bewegende, vloeiende stijl, niet te langzaam) hoort u aan het begin duidelijk een begeleidingsfiguur die steeds zal terugkeren en herkenbaar een voortkabbelend beekje verklankt. In de Coda (laatste fragment) van het andante brengen een aantal instrumenten vogelgeluiden voort: fluit-nachtegaal, hobo-kwartel en klarinet-koekoek.

Het derde deel ´Lustiges Zusammensein der Landleute, Gewitter, Sturm´(vrolijk samenzijn van de landlieden, onweer, storm), scherzo (vrolijk, nogal snelle stijl, door Beethoven ingevoerd in plaats van het gebruikelijke menuet) begint als een normaal scherzo, waarbij men de indruk krijgt naar dorpsmuzikanten te luisteren die bij het spelen van een dans steeds uit de maat zijn.

De gebruikelijke herhaling van het scherzo wordt wreed onderbroken door het ingelaste vierde deel:  de storm. Het losbarstende onweer wordt ingeleid door een tremolo (snelle, trillende figuur) van violoncelli en contrabassen; zij maken samen met de piccolo en de bazuinen het geheel steeds dreigender.

Zonder onderbreking begint, nadat de storm is gaan liggen, het vierde (of vijfde) en laatste deel: `Hirtengesang`, Frohe und dankbare Gefühle nach dem Sturm´(Herderslied, blijdschap en dankbare gevoelens na de storm), allegretto (niet te snel). In dit deel zetten de klarinet en hoorn de melodie in, die door door de strijkers wordt overgenomen. Het programmeren van een storm was sedert de tweede helft van de 18e eeuw een geliefd gebruik en diende om een contrast te scheppen met de idyllische landschapvoorstelling.

Bron: Muziek onder woorden, De grote componisten galerij 1, Beethoven, 1980 biografie en elpee, Lp DG MOW oo1; 2530 142.1Y

Muziekvoorbeelden A en B:

A

Symf 6B

Symf 6a

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s