Pianosonate nr. 8 in c op. 13 “Pathétique”

Ludwig_van_Beethoven_Beethovens_Last_Night_original     <——    Luister naar de pianosonate op. 13

 

 

 

Aan de wieg van Beethovens pianosonates stond zijn enorme improvisatiekunst, die hem vooruitstrevend de nodige romantische bewegingsvrijheid verschafte. De piano was Beethoven laboratorium. In zijn orkestwerken daarentegen wist de componist de subjectieve, openhartige, impulsieve, doch beheerste inhoud steeds fraai ondergeschikt te maken aan weloverwogen vormprincipes. Zijn kamermuziek staat niet alleen qua bezetting, maar ook mentaal tussen deze beide uitersten in. Zoals gezegd: de piano was misschien niet Beethovens dierbaarste, maar dan toch wel zijn meest vertrouwde instrument. Hij kon er – met of zonder toehoorders – urenlang op improviseren. In dit soort eenmansmuziek, dat aan minder officiële eisen hoefde te voldoen, zien we tal van elementaire inspiratiebronnen.

Tegen het jaar 1798, ten tijde dus dat J. Haydn aan zijn “Schöpfung” werkte, dat Malthus zijn “Essay on the principle of population” schreef en dat wij in Nederland/Holland de “zegeningen” van de bezetting door Napoleon ( die in dit jaar net in Egypte was) ervoeren, werd Beethoven voor het eerst geconfronteerd met zijn naderende doofheid. Een klein, donker wolkje was het nog slechts aan de overigens vrij heldere hemel. Maar hier bleek de componist met grote wilskracht en veel zelfvertrouwen in een zeer vruchtbare scheppingsperiode boven zichzelf te kunnen uitstijgen. In 1798 schreef hij zijn Sonate pathétique , waarin totaal nieuwe muzikale gebieden worden ontgonnen. Het werk, dat sterk het stempel van persoonlijke tragiek draagt, maar dan in duidelijk geobjectiveerde vorm, is te beschouwen als de eerste werkelijk moderne pianosonate. Het aan ’s componisten beschermheer, vorst Lichnowsky, opgedragen werk ademt een sfeer van Weltschmerz, ook in beide hemelbestormende, titanische allegro’s, die een bijna geprononceerd ongebonden karakter hebben.

I

Een ernstige, plechtige, langzame inleiding met gebroken ritmen dient als opmaat voor een van Beethovens mooiste en beste sonatedelen. In het Allegro di molto e con brio, dat in haast agressief c-klein (Beethovens noodlot’s-toonaard) staat en dat vol gedurfde harmonische vondsten zit, ligt de turbulente conflictstof hoog opgetast. Ook veroorloofde Beethoven zich de nodige formele vrijheden, welke dit deel haast het aanzien van een fantasie geven. De contrasten tussen de verschillende thema’s, de spanningen – alles is zo elementair , dat het voor zichzelf spreekt.

II

Volgt een contrasterend zangerig, dichterlijk, maar ook sereen, innig en nobel langzaam deel in As (Adagio cantabile), waarna …

III

in het slot-rondo de gejaagde onvrede uit het eerste deel weer wordt opgenomen, maar dan in mildere vorm, zij het even vastbesloten en beslist niet zorgeloos.

Bron:  Tekst: Jan de Kruijf – Lp – Philips Stereo D 88299 Y –                                                                 De wereld van Beethoven door diverse wereldberoemde Philips-artiesten

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s