Symfonie nr.3 in es op.55 (EROICA)


eroica-283373lIn het voorjaar van 1804 was het netschrift van de derde symfonie gereed. Wie Beethoven tot deze symfonie had geïnspireerd? Schindler vertelt, dat de toemalige Franse gezant te wenen, generaal Bernadotte, het eerst op de idee is gekomen, Beethoven een symfonie op Napoleon Bonaparte te laten schrijven. Napoleon stond toen in de aandacht van Europa, daar hij door de staatsgreep van de 18de- Brumaire (9 nov.) 1799 de direktoriale regering had laten vallen, wat hem als eerste Consul de monarchale macht bezorgde.

Nu was Beethoven een echte democraat, zoals o.a. uit de aanstrepingen in zijn boeken blijkt, b.v. in zijn Duitse uitgave van de “Odysseia”  bij de volgende woorden: “Wie er keinem sein Recht durch Taten oder durch Worte jemals gekränkt! Da sonst der mächtigen Könige Brauch ist, dass sie einige Menschen verfolgen und andre hervorziehen”. 

Daar kwam het bericht dat Napoleon zich tot keizer had laten uitroepen. Beethoven’s leerling Ferdinand Ries vertelt, hoe de componist daarop reageerde: “Ik was de eerste die hem de tijding bracht, dat Napoleon zich tot keizer had laten verklaren, waarop hij woedend uitriep: IS DIE OOK AL NIET ANDERS DAN EEN GEWOON MENS! NU ZAL HIJ OOK ALLE MENSENRECHTEN MET VOETEN TREDEN, SLECHTS ZIJN EERZUCHT BOTVIEREN: HIJ ZAL ZICH NU BOVEN ALLE ANDEREN STELLEN, EEN TIRAN WORDEN”.

 Beethoven liep naar de tafel, pakte het titelblad van boven beet, verscheurde het geheel en wierp het op de grond. De eerste bladzijde werd opnieuw geschreven en nu kreeg de symfonie de titel “Sinfonia Eroica”. Dit verscheurde titelblad was dat van het netschrift; in het autograaf radeerde/kraste Beethoven de naam Napoleon Bonaparte weg. Maar wat had de treurmars dan met Napoleon te maken? Zij sloeg niet op hem, maar werd geïnspireerd door de dood van generaal Abercrombie in de slag bij Alexandria (21 maart 1801), een bewijs dat Beethoven toch van het begin af minder een muzikaal portret van Napoleon en meer een algemeen heldendicht bedoelde met zijn Derde.

I (Allegro con brio) – Het eerste deel heeft een mengsel van heroïsche energie en elegische pathetiek, die de bijnaam van het werk het meest rechtvaardigen. Het klanksymbool voor de held (een gebroken drieklank van Es) lijkt veel op het begin van van Mozart’s ouverture “Bastien und Bastienne”, syncope’s in de violen versterken het heroïsche karakter. In enkele bladzijden wordt een onvergetelijke muzikaal signalement bereikt. hiermee contrasteert het troostende tweede thema in de milde glans van de houtblazers. Met meesterlijke fantasie benut Beethoven dit materiaal in de verwerking. De overgang naar de reprise is om zijn gedurfdheid een beroemde passage: tegen as-bes van de violen (D7 in Es)spelen de hoorns es-g-bes  (tonica). In haar hoogtepunten kreunt en siddert deze muziek; de apotheose van het eerste deel betekent de moeizame overwinning van een titanische strijd.

  II (Marcia Funebre: Adagio assai) – De Marcia funebre heeft een ingewikkelder struktuur, dan bij een treurmars gebruikelijk is. Het eerste onderdeel brengt een rouwzang in de violen, begeleid door aangrijpende voorslagen van de contrabassen, de hobo’s nemen de melodie over en de strijkers begeleiden deze met dramatische triolen. De tweede strofe van dit treurlied, eveneens in de violen, begint ritmisch simpeler, afgezien van een geëxalteerd loopje, de laatste coupletten staan weer onder de ban van de dramatische triolen. Het eerste Trio laat de houtblazers beurtelings zingen van het geluk der Elyzeese velden. de rouwzang wordt gedeeltelijk herhaald en gaat over in een opstandig fugato, als het ware een tweede Trio, dat aanzwelt tot een krampachtig van het begin. Even een glimp van het Elyzeese geluk en met de stokkende voordracht van het klaaglied (zie het slot van de ouverture “Coriolan”) eindigt deze treurmars, die met het langzame deel uit Chopin’s pianosonate op.35 als koninklijke rouwdrager afwisselt. 

III (Scherzo; allegro vivace; trio) – De gebruikelijke triptiek van het Scherzo geeft als hoektaferelen onrustig dwalende schimmen, aanvankelijk angstig, later luguber vrolijk. De hoornfanfares van het Trio noopten Kretschmar tot de spottende vraag: “De held op jacht”. 

IV (Finale: Allegro molto; poco andante) – Snelle passages van de strijkers leiden het grandioze slottoneel in, dat begint met een simpel , getokkkeld basthema, uitgangspunt van elf variaties. De derde brengt de innige hoofdgedachte , de vierde is een fugato , de zesde een Hongaarse mars, de zevende een verwerking; achtste en negende vormen een expressief Andante, de elfde zet in met een orgelpunt. Als uiteindelijk dityrambische coda een Presto.

Extra note van de Webbeheerder: Dit is overigens mijn favoriete symfonie, waar alle emoties in zitten en dat om nummer 1 staat, nummer 2 is dat de 9de symfonie en nummer 3 de 5de symfonie. Deze symfonie vind ik moet iedereen een keer gehoord moeten hebben. 

waterloo-napoleon-returns-from-the-island-d039elbe_1189_71528504fa06057L

Muziekvoorbeelden A en B:

A

Symf 3 Eroica

B

Symf 3 Eroica 2

Een gedachte over “Symfonie nr.3 in es op.55 (EROICA)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s