Pianoconcert nr. 3 in c op. 37

ludwig_van_beethoven (2)

<——-                    1. Allegro con brio –   2. Largo –   3. Finale: Rondo:                                                   Allegro

 

 

 

I

In de muziekgeschiedenis vormen de jaren kort voor en onmiddellijk na 1800 een overgangsperiode die wel niet even abrupt, maar toch zeker zo ingrijpend mag genoemd worden als die rond 1600. Verschillende stijlen vermengden zich; bepaalde componisten plaatsen een kroon op het voorafgaande tijdperk, anderen pionierden in nieuwe, fel-omstreden  schrijfwijzen. Beethoven heeft al scheppend de gehele politieke, sociale en culturele ommekeer rond 1800 meegemaakt. Zuiver stilistisch is er in zijn oeuvre wellicht geen werk te vinden waarin elementen uit het klassieke concert en het romantische soloconcert van later tijd zozeer contrasteren, botsten, samensmelten en aldus een mijlpaal vormen, als juist het derde pianoconcert.

Het op. 37 ontstond in 1800 en verscheen vier jaar later. Zelfs een oppervlakkige bekendheid met het oeuvre voor piano en orkest van Mozart, en een vergelijking met de omringende pianoconcerten nr. 1, 2, 4 en 5 van Beethoven zelf, dwingen de toehoorder bij het beluisteren van dit werk tot een steeds weer herkennen, afwegen positie kiezen. In hoeverre anticipeert het op Beethovens eigen vijfde symfonie? Welke vroege romantiek, welk evenwicht tussen dialoog en solobegeleiding klinkt in het meditatieve Largo? In welke mate ondergaat men het slot: Rondo als klassiek van vorm, speels van inhoud, of progressief door pikante contrasten?

Bron: Heliodor LP – 643 215 – Stereo – met KV 382 en KV 386 Mozart

II

Met het 3 pianoconcert op. 37 (1800) wijzigde Beethoven voor zichzelf de artistieke betekenis van het concert: het meer of minder virtuoze speelstuk werd tot een persoonlijke biecht gelijk Mozart al in K.V. 466 en 491 had gedaan; het laatste was het lievelingsconcert van Beethoven en de invloed ervan bespeurt men vooral in de coda’s van I en III uit het derde pianoconcert. 

I heeft de Atlas- stemming, die de rijpe Beethoven vaker aan de toonaard c-klein gaf (vergelijk pianosonate op. 111)  II Het verstilde Largo heeft in het middendeel, met het duet voor fluit en fagot, zelfs een pastoraal karakter. Tekenend voor de bovengenoemde wijziging is het voorschrift bij de uitgeschreven cadenza: con gran espressione.  III het geestige Rondo krijgt in het midden een nieuw thema voor klarinet, waarna het refrein als fugato wordt behandeld, gevolgd door een gedurfde modulatie naar E, de toonsoort van het Largo.

Bron: muziekencyclopedie componisten/de beheerder

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s