Fantasie in C voor piano, koor en orkest op. 80

scannen0007

<—–   Luister naar de koorfantasie op. 80

1. Adagio – Finale: Allegro – Meno allegro – Allegro molto

2. Adagio, ma non troppo – Marcia, assai vivace

3. Allegro – Allegretto, ma non troppo (quasi Andante con moto) – Presto

 

 

Dit bijzondere stuk begint met een pianosolo in de vorm van een vrije fantasie. Na verloop van tijd komen er een paar blazers bij en ontstaat de intieme sfeer van kamermuziek. Even later lijkt er sprake van een concert voor piano en orkest. Uiteindelijk komen er zangstemmen bij en ook nog een groot koor. Het lijkt op de later gecomponeerde Negende Symfonie, waarin koor en solisten het welbekende “Alle Menschen werden Brüder” laten horen. De geschiedenis van de koorfantasie is al even vreemd als het stuk zelf.

In 1808 geeft Beethoven een benefietconcert in het Theater an der Wien. Op het programma staan: De Vijfde symfonie op. 67, de Zesde symfonie op. 68, het Vierde pianoconcert op. 58 en de grote Mis in C  op. 86. Een echte uitsmijter ontbreekt echter nog. Daarom componeert hij een grote finale, waarin alle musici een bijdrage kunnen leveren. Hij opent het werk zelf aan de piano met een veel langere improvisatie dan zijn partituur nu aangeeft. Als de bezoekers na ruim 4 uur weer op straat staan, zijn ze vooral moe en verkleumd.

Matigheid was die avond niet Beethovens sterkste kant.

Tekst: de dichter Christoph Kuffner

Schmeichelnd hold und lieblich klingen,

Unseres Lebens Harmonien,

Und de Schönheitssinn entschwingen,

Blumen sich, die ewig blühn.

Fried und Freude gleiten freundlich,

Wie der Wellen wechselspiel; 

Was sich drängte rauh und feindlich,

Ordnet sich zu Hochgefühl.

Wenn der Töne Zauber walten,

Und des Wortes Weihe spricht,

Muss sich Herrliches gestalten,

Nacht und Stürme werden Licht.

Auss´re Ruhe, inn´re Wonne,

Herrschen für den Glücklischen.

Doch der Künste Frühlingssonne,

Lässt aus beiden Licht enstehn.

Grosses, das in ´s Herz gedrungen,

Blüht dann neu und schön empor,

Hat ein Geist sich aufgeschwungen,

Halt ihm stets ein Geisterchor.

Nehmt denn hin, ihr schönen Seelen,

Froh die Gaben schöner Kunst,

Wenn sich Lieb´und Kraft vermählen,

Lohnt dem Menschen Götter-Gunst.

Bron: Tutti-tijdschrift – Beethoven – 1993

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s