Pianoconcert nr. 5 in Es op 73 “Keizersconcert”

19267041

<—   Luister naar Pianoconcert op. 73

1. Allegro 

2. Adagio un poco mosso- 

3. Rondo (Allegro)

“Klavier Conzert 1809. von LvBthwn” stond in Duitse schrijfletters van Beethovens hand boven het manuscript dat acht maanden na de dood van het genie 6 florijnen en 5 kreutzer zou opbrengen bij de veiling van zijn nalatenschap. “Grande/Concerto/Pour le Pianoforte/avec Accompagnement/de l’Orchestre … Proprièté des Editeurs/Ouev. 73/Pr. 4 Rthlr./à Leipsic/Chez Breitkopf & Härtel” vermeldde het titelblad van de eerste druk van februari 1811.

Drie maanden na de verschijning schreef Beethoven woedend: “FOUTEN – FOUTEN – U BENT ZELF EEN GROTE FOUT -(…) Hier is de lijst – van de fouten”. “(…) dat u het concert al aan het Industriekantoor en wie weet overal elders nog naartoe stuurt, voordat u de verbeterde drukproef hebt ontvangen, is me helemaal niet naar de zin; waarom wilt gij toch geen werk van mij zonder fouten uitgeven; eergisteren is de correctie van hier verzonden (…)” (NB. zelfs in de titel was de afkorting van “Oeuvre” mislukt!).

Dit stond in een brief aan zijn uitgevers die in dezelfde tijd in een epistel konden lezen: “(…) U vergist zich wanneer u mij in goede welstand waant . – Wij hebben in de afgelopen tijd een opeenstapeling van ellende beleefd, zodat ik u zeggen moet, dat ik sedert de 4e mei weinig samenhangends  ter wereld heb gebracht, bijna slechts hier en daar een brokstukje. – De hele loop der dingen heeft bij mij op lijf en ziel ingewerkt: nog kan ik het genot van het mij zo onontbeerlijk leven op het land niet deelachtig worden. – (…) Welk een verwoestend, verwilderd leven om mij heen! Niets dan trommen, kanonnen, menselijk verdriet van alle soort! (…)”  (In mei 1809 werd Wenen door de Fransen belegerd en bezet.) Vandaar dat het nieuwe pianoconcert, dat gecomponeerd was voor een “Akademie” in de Oostenrijkse hoofdstad, pas veel later tijdens een “Gewandhaus Konzert” in Leipzig ten doop gehouden kon worden en daar met enthousiasme ontvangen werd door een dankbaar muzikaal publiek.

Keizersconcert ging met dit Vijfde pianoconcert in Es op. 73 noemen na een legendarische uitroep van bewondering die een Franse officier slaakte, toen hij het voor het eerste keer hoorde (“C’est l’empereur…”). Bij iedereen leeft die bijnaam nu als een eretitel voor misschien wel de rijkste, voldragenste, sterkste aller concertante materialisaties van het muzikale genie. Aangrijpende vondsten doemden erin op, als evenzovele bewijzen voor het bestaan van onnaspeurlijke, geheimzinnige relaties tussen de geluidloos levende Natuur (Beethoven was in die dagen al bijna helemaal doof!) en een wereldbestormend  tot klank wordende Kunst (Beethoven) was toen reeds tot onnavolgbaar meester gegroeid).

Alleen hem was het gegeven zo’n aanhef met een koene improvisatie op het solo-instrument naar een heldhaftig thema te leiden, dat met zijn tegendeel een meesterlijk afgewogen Allegro ging bouwen- “te lang” vonden de Weense hoorders in 1812… Alleen Beethoven ook was in staat de “pianoforte” te laten zingen als een verwijderd “koor van vrome pelgrims” (een verdacht-romantische “verklaring”!) zoals in het Adagio – nog wel in een toonsoort (B, met 5 kruizen!) die op het eerste gezicht niets te maken had met Es (met 3 mollen!) Doch bij nader inzien haar familieverhouding wist te bewijzen door de terts dis gewoon…es te noemen! Alleen Beethoven ook kon op het idee komen, door één enkele liggende toon iets te verschuiven, zonder omwegen, ronduit in de oorspronkelijke hoofdtoonsoort onbekommerd het Rondo binnen te musiceren – aldus een finale inzettend die qua eenvoud, kracht en vaart haar weerga niet vindt.

Zo werd bewaarheid wat een begrijpende Graaf Ferdinand von Waldstein schreef  bij Beethovens definitieve vertrek uit Bonn in diens poëzie-album: “Lieber Beethoven. Gij reist nu naar Wenen ter vervulling van zo lang bestreden wensen. Mozarts genie treurt nog en beweent de dood van zijn uitverkorene. Bij de onuitputtelijke Haydn vond het toevlucht, maar geen ware werkzaamheid. Door hem wenst het hem nog eenmaal met iemand verenigd te worden. Door ononderbroken vlijt ontvangt gij: Mozarts geest uit Haydns handen. Bonn, 29 oktober 1792. Ihr wahrer Freund Waldstein”.

Zo was het. De grootste samenballing van onsterfelijke muzikaal genie sinds Monteverdi, Bach en Mozart, had echter haar intrek genomen in een der meest tragische sterfelijke figuren die ooit hebben geleefd; componenten van een onoverbrugbaar tweeslachtige natuur zouden immers blijven slingeren tussen de diepe twijfel en overmatig zelfvertrouwen, melancholie en optimisme, weke deemoed en bruuske trots, wantrouwen en lichtgelovigheid, geloof in een goddelijke voorzienigheid (God, Hemelse Vader) en ongeloof aan een werkelijke oppermacht, tyrannieke zelfzucht en goedmoedige gulheid, onsociale nonchalance en pijnlijke zorgvuldigheid, hang naar geestelijk-voedzame kameraadschap en verlangen naar fysiek-sterkende eenzaamheid van het landschap…

Dat maakte Beethoven tot de eerste figuur van absolute grootte in “de nieuwe tijd” der muziekgeschiedenis, de muzikale “romatiek”. Dat dwong hem tot een ruw, rücksichtlos, tegemoet treden van de wereld en zijn directe omgeving, waarbij zijn vaak met elkaar in strijd rakende persoonlijke overtuigingen een uitweg zochten in een onstuimige drang naar hogere dan aardse harmonie – door duisternis naar licht, door lijden naar vreugde.

Bron: Lp – Beethoven op. 73 en pianosonate op. 79  Arrau/Haitink – Philips Stereo 6596 032     

waterloo

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s