Symfonie nr.8 in F op.93

Ludwig+van+Beethoven (1)

<——    Luister naar de achtste symfonie op.93.

1.  Allegro vivace con brio

2. Allegretto scherzando

3. Tempo di Menuetto

4. Allegro vivace

De achtste symfonie – door Beethoven zelf zijn “Kleine symfonie in F” genoemd in tegenstelling tot zijn “Grote zevende” – wordt door vele experts beschouwd als het meest volmaakte in vorm en expressie dat hij ooit voor orkest schreef. Dit is te danken aan de helderheid en perfecte balans, maar ook aan de geestelijke ongedwongenheid in de subtiele humor van de muzikale ontknoping. Een in verhouding kort werk – met de Eerste de kortste van Beethovens symfonieën – dat waarschijnlijk voor het einde van 1812 werd voltooid. De grondslag wordt gevormd door blijmoedigheid en een zorgeloos “joi de vivre”; het gehele werk borrelt over van humor en opgewektheid.

I

Het Allegro dat Beethoven voortreffelijk betitelde met “vivace con  brio”, begint energiek. Zonder een bepaalde introductie treedt het vaste, met vrolijkheid en energie geladen, hoofdthema naar voren. Het gehele deel wordt door een frisse helderheid, plastisch omlijnde- en toongroepen en een echte barokke vrolijkheid bepaald.

II

Deze ongecompliceerde luchthartigheid, die de fundamentele atmosfeer vormt van het gehele werk, is er de oorzaak van dat het blijmoedige eerste deel wordt gevolgd door een speels Allegretto scherzando in plaats van een somber zware tweede deel. Het dansende hoofdthema van dit tweede deel is geïnspireerd op de metronoom die juist in die tijd werd uitgevonden door de instrumentenmaker Johann Nepomuk Mälzel. De uitvinder werd door Beethoven in zijn komisch-ironische canon speels uitgebeeld: “ta, ta, ta, lieber Mälzel”. De marionetachtige gratie van deze canon  heeft een duidelijke invloed op het licht-dansende thema hier, waarbij de speelse charme door uiterst subtiele ritmische accenten wordt opgeroepen.

III 

Beethovens gebruikelijke Scherzo wordt hier door een typische menuet vervangen, waarin de stemming wisselt tussen fors en ondeugend. Een betoverend duet wordt daarna gezongen door de hoorns en de klarinetten in een verrukkelijk Biedermeier-trio, dat doet denken aan de vrolijke humor van Karl Ditters von Dittersdorf.

IV 

De met geestigheid overgoten Finale bezit de meest gecompliceerde vorm en de meest interessante muzikale krachtconcentratie van alle vier de delen. Op het eerste gehoor is het praktisch niet mogelijk alle technische kunst en finesse te onderkennen – bij tijden door geniale Beethoven-uitvallen geaccentueerd – die in dit schitterende meesterwerk verworven zijn. Vrolijk vernuft, een fantasierijke stemming, opgewekte gevoelens en Haydns drastische ideeën laten zich alle in Beethovens geluidstaal gelden. Bijzonder opvallend is het effect dat door het gehele orkest wordt veroorzaakt wanneer de muzikale voortgang grimmig onderbroken wordt door een volledig vreemde fortissimo-toon in Cis (in plaats van Des). Deze onverwachte Cis, deze “schriknoot” zoals Hans von Bülow het stelde, was een van die schokken waarmee Beethoven zijn gehoor verraste en vaak ook ontstelde. met een noot eindigende ideeënstroom gaat het deel, steeds weer versterkt door de Rossini-achtige behendigheid van de hoofdhema-triolen, in dansend ritme naar het slot.

Bron: LP – met Symfonie op.21 en op.93 – EMI Selectserie 5 C 053-00 476      

Muziekvoorbeeld A en B:

A

Symf 8

B Liedvorm:

Tatatata 8 symf

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s