Kurfürstensonates WoO47 en Variaties WoO67 en Sonate in D op. 6

imageBEETHOVEN1

 

<— Luister naar WoO47

 

 

 

Kurfürstensonates nr. 1 in Es;  nr. 2 in f;  nr. 3 in D WoO47

Nr. 1 in Es – 1. Allegro cantabile – 2. Andante – 3. Rondo: Vivace                    

Nr. 2 in f – 1. Larghetto maestoso – Allegro assai – 2. Andante – 3. Presto      

Nr. 3 in D – 1. Allegro – 2. Menuetto: Sostenuto – Variaties I-VI –  3.               Scherzando: Allegro ma non troppo

In de herfst van 1783 verschenen bij de uitgeverij van de “Hochfürstlich Brandenburgischen Rat” Bossler in Speyer “Drie sonates voor piano, opgedragen aan de Hoogeerwaarde Heer Aartsbisshop en Keurvorst van Keulen, Maximilian Friedrich, mijn genadigste Heer, en vervaardigd door Ludwig van Beethoven, oud elf jaar”. Een fraaie siertitel met het keurvorstelijk wapen, een niet minder fraaie wat overladen opdracht, die wel afkomstig zal zijn van Beethovens leraar Christian Gottlob Neefe, toonden zich de keurvorstelijke broodheer van onze jonge componist waardig. Op een sinds lang verloren geraakt exemplaar van deze zeer zeldzame muziekdruk – een latere druk volgde pas na Beethovens dood! – had Beethoven zelf genoteerd: “Deze sonates en de variaties van Dresssler zijn mijn eerste werken. Nog voor deze werken zijn variaties in c-klein evenals liederen in een journaal van Bossler verschenen”. 

Dat Beethovens leeftijd op 11 jaar werd gesteld, zoals die bij de in 1782 verschenen Dressler-variaties met 10 jaar was aangegeven of tenslotte in de gedrukte aankondiging van zijn concert in Keulen op 26 maart 1778 met 6 jaar, hoeft niet aan een bewuste vergissing van zijn vader Johann toegeschreven te worden: Beethoven was zelf tot in zijn volwassen jaren niet helemaal zeker van zijn leeftijd en daarom is bij nader inzien de opgave in de Keulse aankondiging helemaal niet zo erg. Midden december daaraan voorafgaand was Beethoven zeven jaar oud geworden en daarom beschouwde men hem een kwartaal voor het concert nog een zes-jarige.

De drie “Kurfürstensonaten” hebben alle drie delen. Ze gaan in opzet en uitvoering uit van voorbeelden, zoals pianowerken van zijn leraar Neefe, maar duidelijk ook van de sonates van Franz Xaver Sterkel en men kan bij de eerste composities van een knaap eigenlijk niet anders verwachten. Maar reeds in deze vroegste werkstukken kan men niet over eigen trekken heen zien. Reeds de Dressler-variaties kondigen een drievoudige voor Beethovens later ontwikkeling zeer belangrijke thematiek aan: Variaties op een mars in c-klein: Variaties tot in de kleinste details, betekenis van de mars zelf tot aan de oorlogsperiode van de Missa Solemnis op. 123,  c-klein als de geprefereerde toonsoort van zijn belangrijkste werken!

De beide liederen uit Bosslers bloemlezing verraden reeds Beethovens neiging aan belangrijke woorden ook in de muziek accent te geven. En ook in de drie Keurvorstsonates vindt men al heel persoonlijke dingen: let u eens, na de langzame inleiding van de sonate in f-klein, op het stormachtige allegro-thema, dat sterke verwantschap toont met het begin van het Allegro van de beroemde “Pathétique” op. 13, of bemerk reeds in deze jeugdwerken de dynamische bijzonderheden, zoals reeds in de eerste sonate het afwisselen van Piano en Forte.

8 Variaties voor vierhandig piano op een thema van Graaf von Waldstein WoO67 en de sonate voor vierhandig in D op. 6   

Voor vier-handig piano schreef Beethoven behalve de hier opgenomen werken nog drie Marsen op. 45 evenals een “Lied mit Veränderungen” WoO 74 en tenslotte de Grote Fuga op. 134 naar zijn eigen fuga voor strijkkwartet op. 133.

Op. 6

De sonate op. 6 ontstond waarschijnlijk in 1796/97; de eerste uitgave verscheen in de herfst van 1797 in Wenen. De vele herdrukken die reeds bij het leven van de meester verschenen zijn een bewijs van de populariteit van deze twee-delige sonate.

WoO 67

Waarschijnlijk ontstonden in de laatste jaren in Bonn de variaties op een thema van Graaf von Waldstein. De graaf had niet zonder succes zich op het componeren geworpen – enige van zijn manuscripten bevinden zich in het Beethoven-Archiv te Bonn. Zonder medeweten van Beethoven en wellicht op instigatie (aansporing) van de graaf, was Simrock in Bonn in de zomer van 1794 met het graveren van de noten begonnen. Hij moest zich hiervoor een schrobbering van Beethoven laten welgevallen, maar kreeg tenslotte veel lof voor het goede graveerwerk. Evenals de Dressler-variaties houden ook deze vier-handige variaties zich aan het destijds gebruikelijke figuratief omspelen van een gegeven melodie.

Bron: tekst – Joseph Schmidt-Görg; Lp boekje – DG 643 216 – De jonge Beethoven

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s