Symfonie nr.7 in A Majeur op 92

Richard Wagner heeft dit werk “De apotheose van de dans” genoemd. Deze typering zou ook kunnen gelden voor de achtste, want er is een grote verwantschap tussen beide werken. Alleen trekken over de zevende bijwijlen schaduwen, terwijl de achtste door Paul Bekker zonder beperking als “lachende filosofie” beschouwd kon worden. Merkwaardig genoeg hebben Beethoven’s tijdgenoten, hoewel de zevende door de kritiek als “Ausgeburt eines Tollhäuslers” was verworpen, aan haar de voorkeur gegeven boven de achtste. Waarschijnlijk kwam dit door het “Allegretto” van het oudere werk, dat vele nog stellen boven het “Andante” van de 5de Symfonie. Beethoven ergerde zich over deze voorkeur zeer; hij beschouwde “de achtste” als “viel besser” dan haar voorgangsters.

I  Poco sostenuto

De langzame inleiding is door Beethoven ongewoon uitvoerig behandeld. Men kan deze introductie het motto geven: “Vrede op aarde, in de mensen een welbehagen”. Alleen wie zulk een vrede kent is rijp  voor de volkomen blijdschap van het “Vivace”, dat er op volgt. De volmaakte eenheid van dit echte dansstuk voor de geest blijkt ook uit de middelen: het thema waarmee het begint, beheerst het deel geheel. 

II  Allgretto

Matthijs Vermeulen heeft dit juweel vergeleken met de dood van Gorter’s “Mei”. Deze intiemste treurmars uit de gehele litteratuur heeft Beethoven’s gedwongen kracht en Schubert’s rijpste lyriek. Welk een innige hunkering zingen in het eerste deel altviolen en celli, hoe schrijnt de herinnering aan het geluk, wanneer in het “Trio” klarinet en fagot hun synkopische melodie spinnen boven de eentonig manende ritmen van de bassen. Een schimper op Beethoven moet plotseling zwijgen, wanneer hij zich dit stuk herinnert.

III  Presto

Het is onbegrijpelijk dat dit Olympische blijde “Scherzo” ontsproot uit het gemoed van de mens, die Goethe beschouwde als “eine leider ganz ungebändigte Persönlichkeit”. Als bijen in de lentezon zoemen vredig de tonen rond. Voor het Idyllische “Trio Assai meno presto” gebruikte Beethoven een oud Oostenrijks bedevaartslied.

IV  Allegro con brio

De finale is een der uitgelate stukken van Beethoven. Deze “Polterabend”, met Oostenrijkse boerendansen heeft soms zelfs iets van galgenhumor. Zelden bereikte Beethoven zulk een ononderbroken climax, zulk en sterk slot als hier.